english-start start

Gezondheid speelt bij onze cattery een belangrijke, zo niet de allerbelangrijkste rol !! Naast het jaarlijkse bezoek bij de dierenarts voor gezondheidscontrole en inentingen, vinden wij het belangrijk dat onze fokdieren getest worden op een aantal voorkomende verschrikkelijke erfelijke aandoeningen. Hiermee proberen we zoveel als mogelijk gezondheidsproblemen te voorkomen. Helaas kunnen we ook hiermee niet alles uitsluiten !

Het gaat hierbij om:

* HCM

* PKD

* Patella luxatie

* HD

* FELV

* FIV

* SMA


Advies                                              Testschema

Voor de eerste dekking                  Minimum leeftijd


Patella Luxatie                          1 jaar

HCM DNA-test                         Niet leeftijdgebonden; eenmalig

HCM echo                                 1 jaar

PKD echo                                  1 jaar


Optioneel

HD                                              1 jaar
                                                    Indien beoordeeld door Lars Audell in Zweden: eenmalig
                                                    Indien beoordeeld door OFA in Amerika: voorlopig uitslag


SMA DNA-test                          Niet leeftijdgebonden; eenmalig


Herhalen

HCM echo                                 Bij poes op de leeftijd van 3 jaar,5 jaar en 8 jaar Bij actieve dekkaters elk jaar, na castratie op de

                                                    leeftijd van 3 jaar, 5 jaar en 8 jaar


PKD echo                                  alleen herhalen indien echo voor de leeftijd van 1 jaar is uitgevoerd


HD                                              2 jaar indien beoordeeld door OFA


Lijst

Wat is HCM ?


Hypertrofische Cardiomyopathie


Hypertrofische Cardiomyopathie, ook wel HCM genaamd, is een hartafwijking die aangetroffen wordt bij alle katten, ongeacht of deze nu wel of niet een stamboom hebben, dus zowel bij raskatten als huis- tuin en keukenkatten. Cardio staat voor hart en myopathie voor spieraandoening.

Bij HCM zijn de spieren van de wand van de linkerkamer in dikte toegenomen (hypertrofie). Dit veroorzaakt een toenemende verstijving in de linkerkamer waardoor die zich niet efficiënt kan vullen. Bovendien wordt de ruimte in de linkerkamer steeds kleiner, met als gevolg dat minder bloed rond gepompt wordt en de ruimte in de linkerboezem vergroot. Hierdoor ontstaat o.a. een vergrootte kans op trombose. Door een drukstijging in de linker boezem neemt de druk in de longvaten toe, wat leidt tot vochtophoping in de longen en de borstkas. Tevens kan bij HCM een verdikking van de spieren waarmee de hartkleppen bevestigd zijn (papillairspieren) optreden en een abnormale beweging van de hartkleppen, ook wel SAM (Systolic Anterior Motion) genaamd, ontstaan.

Het is heel goed mogelijk dat een kat niet of nauwelijks symptomen vertoont. Het eerste symptoom kan een plotselinge dood zijn. Klassieke voorbeelden hiervan bij mensen zijn jonge sporters die tijdens de uitoefening van hun sport plotseling neervallen.

De volgende klachten zijn mogelijk:
- slechte eetlust
- benauwdheid
- versnelde ademhaling
- verlamming van de achterpoten
- hartruis

Diagnose
Aangezien de symptomen heel subtiel kunnen zijn, is de enige betrouwbare methode voor het opsporen van HCM het maken van een echocardiogram, of bij overlijden een autopsie. Katten die aan HCM gestorven zijn hebben meestal een relatief groot hart met een vergrote linker boezem. De diagnose HCM wordt daarbij vastgesteld als andere mogelijkheden die vergelijkbare symptomen kunnen veroorzaken (zoals verhoogde schildklierwerking) zijn uitgesloten.


Behandeling
Er is geen genezing mogelijk, maar medicijnen kunnen HCM katten soms nog wel 6 jaar in leven houden! De behandeling varieert naar gelang de symptomen en kan bestaan uit het geven van vochtafdrijvers, middelen die de hartwerking verbeteren of die de kans op trombose verminderen en een hartondersteunend dieet. Stress moet zoveel mogelijk worden vermeden.


Vererving
Men gaat er van uit dat HCM autosomaal dominant vererft. Autosomaal houdt in dat het niet uitmaakt of het van de moeder of de vader komt, dominant betekent dat al één ouder dit hoeft te vererven. Van HCM wordt gezegd dat het een variabele expressie heeft met een incomplete penetratie. Niet alle katten met HCM hebben dezelfde verschijnselen, ook is er een grote variatie in de wijze waarop HCM zich ontwikkelt. Er zijn ook katten die HCM vererven en zelf helemaal nog geen verschijnselen vertonen. De leeftijd waarop bij katten HCM wordt vastgesteld zegt niets over de leeftijd waarop dit mogelijk bij het nageslacht zou kunnen voorkomen.

Testen
Er is dan ook geen 100% garantie dat een kat die middels een echo is getest op HCM dit inderdaad niet heeft en vererft. Het is een momentopname, maar de enige testmogelijkheid naast een DNA-test. De huidige methode biedt in ieder geval wel de mogelijkheid om die katten die positief testen uit de fok te halen.


         Foto van een hart met HCM

Op deze tekening zie je het verschil tussen een normaal hart en een hcm hart

Een echo van een kat met hcm.

Lijst

Wat is PKD ?


PKD is de afkorting voor Polycystic Kidney Disease. Het is een erfelijke aandoening die bij katten voorkomt. Katten met PKD hebben in beide nieren meerdere cystes (= met vocht gevulde holtes). Zowel het aantal cystes als de omvang van de cystes zal toenemen met

het ouder worden van de kat. (De grootte kan varieren van enkele mm's tot enkele cm's). Deze cystes verdrukken het gezonde nierweefsel waardoor de nierfunctie minder zal worden. Je kunt het vergelijken met een ballon die langzaam opgeblazen wordt en door het groter worden het nierweefsel daaromheen verdrukt. Uiteindelijk zal er chronisch nierfalen optreden. Klachten ontstaan dan ook meestal pas op latere leeftijd. Gemiddeld pas rond de 6-7 jaar komen de eerste klachten van nierproblemen naar voren.

Waarom moet er getest worden op PKD ?

PKD is een gevaarlijke ziekte. Doordat de ziekte pas na jaren aan het licht komt is het van belang om de ziekte al in een vroeg stadium aan te tonen, zodat er met deze PKD positieve dieren niet wordt gefokt! Als er niet op getest wordt kan een PKD lijder al meerdere generaties verwekt hebben voordat de ziekte zich openbaart. Het is dus van groot belang dat de ziekte door alle katteneigenaren die willen fokken onderkend en onderzocht wordt om de ziekte een halt toe te roepen.

Hoe is PKD in Nederland terecht gekomen ?

PKD is in Nederland terecht gekomen door de import van aan PKD lijdende katten uit Amerika. Er is een duidelijke verschil in voorkomen tussen de rassen. PKD komt het meest voor bij de Perzische kat en Exotics. (naar schatting heeft 1/3 van de perzenpopulatie in Nederland deze aandoening). Ook bij een aantal rassen, waarin in het verleden door middel van kruisingen

kenmerken van Perzen of Exotics werden ingebracht, komt PKD voor. Bijvoorbeeld de Britse Korthaar, de Heilige Birmaan en de Ragdoll.

Oorzaak van PKD

PKD wordt veroorzaakt door een fout in het DNA waardoor een bepaald eiwit dat van belang is voor een goede nierfunctie verkeerd wordt aangelegd. PKD overerft dominant. Dat betekent dat bij aanwezigheid van één allel PKD1 de ziekte tot uiting komt. Een allel is een drager van erfelijke informatie. Er zijn 2 allelen: PKD1 en pkd1. Allelen komen altijd gepaard voor en hierdoor zijn de volgende combinaties .


mogelijk:

* pkd1/pkd1. De kat is PKD vrij.

* PKD1/pkd1. De kat is lijder en zal in de toekomst PKD krijgen. Hij of zij kan PKD aan de volgende generatie doorgeven.

* PKD1/PKD1: Uit recent onderzoek is gebleken dat deze genetische combinatie niet voorkomt bij volwassen dieren. Dit duidt erop

   dat het om een dodelijke afwijking gaat waarbij de kittens als embryo al sterven of vlak na de geboorte overlijden. (Het moment van

   overlijden is nog niet duidelijk)


Als een kat PKD heeft moet er altijd één of allebei de ouders PKD hebben. Uit twee PKD vrije ouders kan geen PKD kat geboren worden.

Wat zijn de symptomen van PKD ?

Zolang de nieren nog voldoende functioneren zullen er geen klachten zijn. Zodra de nierfunctie achteruit gaat en meer dan 70% van het nierweefsel is aangetast zal de kat symptomen van nierfalen krijgen. Dit kan jaren duren.


De symptomen van nierfalen zijn

  • verminderde eetlust
  • vermageren
  • veel drinken en veel plassen
  • minder actief
  • bij buikpalpatie kunnen grote bobbelige nieren te voelen zijn
  • uitdroging, de huid blijft staan als je deze optilt
  • bleke slijmvliezen door bloedarmoede
  • braken

Hoe wordt PKD gediagnostiseerd ?

Echo

Met behulp van een echo is de diagnose in een vroeg stadium te stellen.De minimum leeftijd waarop een echo redelijk betrouwbaar is, is 6 maanden. Laat men de kat eerder testen, het kan vanaf 8-9 weken leeftijd, dan kan een vals-negatieve uitslag gevonden worden en moet het onderzoek op een leeftijd van 6 maanden herhaald worden. Hoe ouder de kat is als deze getest

wordt hoe betrouwbaarder de uitslag is.  


Wat is de therapie voor PKD?

Een echte therapie om de kat te laten genezen is er helaas niet. De cystes in de nieren kunnen niet weggenomen worden. Ze worden steeds groter en richten na verloop van tijd steeds meer schade aan.


Lijst

Wat is Patella Luxatie ?


Patella luxatie betekent letterlijk dat de knieschijf uit de gleuf springt waarin hij normaal beweegt. De knieschijf is een versteviging in de pees van de spier die er voor zorgt dat het been gestrekt kan worden. Daar waar de pees over de punt van het dijbeen in de knie loopt is hij verstevigd door dit ronde botje: de knieschijf. In het onder uiteinde van het dijbeen zit een gleuf waar deze knieschijf precies in past en doorheen kan glijden van boven naar beneden bij strekken en buigen van de knie. De pees zit net onder de knie vast aan een richel op het scheenbeen: de crista. Als de lijn waarin de patella zich beweegt niet precies in de richting gaat van de gleuf in het dijbeen, heeft hij de neiging om uit zijn gleuf te lopen, zoals een touw uit een katrol loopt als je het touw scheef trekt. De patella luxeert naar de binnenkant, wat meestal het geval is, en minder vaak komt het voor naar de buitenkant van de knie. Als de patella slechts af en toe luxeert toont de kat dat door even door zijn pootje heen te zakken op het moment dat hij wil afzetten. Soms zie je een kat zijn pootje één of enkele stappen optillen. Katten waarbij de patella vaak luxeert zullen niet erg op hun achterpoten durven vertrouwen: ze springen duidelijk minder gemakkelijk omhoog en zijn terughoudend in het spel met andere dieren. Meestal laten de dieren absoluut geen pijn merken. Het is vooral een mechanisch ongemak Soms lopen ze zichtbaar kreupel met een van de achterpoten, soms heeft zo’n dier duidelijk O-benen, waarbij de knieën naar buiten knikken. Het meest typische voorkomen is een jonge kat van rond 1 jaar leeftijd met meer of minder ernstige klachten. Bij oudere dieren zien we nogal eens problemen ten gevolge van overgewicht. Jarenlang is de afwijkende beweging een eigenaar niet opgevallen, maar op een gegeven moment is de grens overschreden en valt het op dat zo’n dier te zwaar dier niet meer gemakkelijk van zijn plek komt. Bij deze oudere katten is ten gevolge van de patella luxatie

vaak ook artrose in de knie ontstaan. Er is abnormale slijtage van gewrichtskraakbeen, overmatige productie van gewrichtsvocht, botnieuwvorming langs de randen van het gewricht en hierdoor ook pijn. Het mechanische ongemak gaat nu samen met duidelijke pijnklachten. Behandeling bestaat in die gevallen waar het dier er klinisch last van heeft uit operatieve correctie van de scheve positie van de verschillende structuren. Veel beschreven correcties met een teugeltje, of alleen inkorten van het kapsel van het kniegewricht blijken vaak onvoldoende te helpen. Meestal is een vrij utgebreide ingreep noodzakelijk, waarbij de crista wordt verplaatst en met

pennetjes of een metaaldraadje weer wordt vastgezet, zodanig dat de lijn van de beweging wordt gecorrigeerd ( meestal verplaatst naar buiten, soms naar binnen). Daarnaast passen patella en de gleuf waarin hij moet glijden niet mooi bij elkaar en moet de patella wat smaller gemaakt worden en de gleuf wat dieper. Als de patella na deze correctie mooi stabiel op zijn goede plek beweegt zijn de vooruitzichten voor zo’n knietje heel goed. Als er al uitgebreide artrose is ontstaan door de slijtage en irritatie van het gewricht, dan is het moeilijker om een goed resultaat te bereiken. Het hangt af van o.a. het gewicht van het dier en de mate van last die hij heeft of je

nog gaat opereren, of eerst gaat proberen met gewichtsvermindering en een pijnstiller. Vaak betreft dit wat oudere katten, die in hun eerste levensjaren goed hebben kunnen leven met het probleem en nu last hebben omdat ze in een vicieuze cirkel van minder bewegen en zwaarder worden zijn beland. Oorzaak is erfelijk. Binnen verschillende rassen komen meer of minder vaak patella luxaties voor. Binnen vele rasverenigingen is het inmiddels gebruikelijk of zelfs verplicht voor het fokken de dieren te laten testen op patella luxatie. Het onderzoek is voor de kat heel gemakkelijk te ondergaan en bestaat alleen uit het betasten van de knieën in staande positie en in zijligging, waarbij de dierenarts de positie van de patella controleert en de stabiliteit bepaalt.


Er bestaan verschillende gradaties van patella luxatie:
Graad I   : de patella is zonder druk uit de gleuf te bewegen en springt vanzelf weer terug.
Graad II  : als graad I, maar luxeert ook af en toe spontaan.

Graad III : de patella zit permanent naast de gleuf, maar is nog wel op zijn plek terug te duwen.
Graad IV : als graad III, maar is nu niet meer tot in de gleuf terug te duwen.


Om deze beoordeling van patella luxatie bij de kat betrouwbaar te laten zijn is het noodzakelijk dit ,net als bij de hond, te laten onderzoeken door één van de in Nederland geregistreerde orthopedische specialisten. Alleen dan zal een uniforme beoordeling kunnen worden bereikt. Binnen verschillende rassen zal moeten worden bekeken hoe streng op dit probleem voor de fokkerij geselecteerd kan worden. Andere erfelijke aandoeningen binnen een ras zullen mede de selectiemogelijkheden bepalen.


Lijst

Wat is HD ?


Als je mensen hoort praten over heup dysplasie en over het maken van röntgenfoto's, denk je al snel dat men het heeft over honden. Maar dit probleem komt ook voor bij katten. Heup dysplasie is een erfelijke afwijking in het komgewricht (in het bekken) wat betekent dat de kom niet zo diep is als hij zou moeten zijn. Hierdoor past de bal niet goed in het komgewricht en de oppervlaktes beginnen tegen elkaar aan te schuren. Dit veroorzaakt op zijn beurt degeneratie van het kraakbeen zodat uiteindelijk bot op bot tegen elkaar schuurt. Dit kan pijn veroorzaken bij de kat tijdens het bewegen. Katten zijn in het algemeen heel goed in het verbergen van pijn en kunnen lijden aan HD zonder ook maar enigszins kreupel te lopen. Daarentegen kunnen ze voorzichtiger of minder bewegen dan katten normaal doen, en kunnen het springen proberen te vermijden. Katten met een milde vorm van HD kunnen helemaal geen last van hun heupen hebben.

Een heup van een kat

Een echo van een kat met HD. De kop van de heup past niet goed.

Op deze tekeningen is duidelijk het verschil van een normale heup of een heup met HD te zien.

Lijst

Wat is FELV ?


FeLV is een virusziekte met een dodelijke afloop. Het virus kan leukemie (tumoren van de witte bloedcellen) veroorzaken, maar dit is niet de ziekte die het meeste optreedt na infectie. Het virus tast namelijk het immuunsysteem van de kat aan (immunosuppressie) waardoor ze gevoeliger zijn voor infecties. Het ziektebeeld van FeLV wordt daardoor vooral veroorzaakt door secundaire infecties.

Hoe kan een kat besmet raken met het virus ?

Na infectie vermeerdert het virus zich in de tonsillen in de keel en verspreidt zich naar het beenmerg, lymfevaten en lymfeknopen. Het virus komt in het bloed en vanaf dan is het aan te tonen door middel van een bloedtest. Als de speekselklier wordt geïnfecteerd dan zal de kat virus gaan uitscheiden en vanaf nu is de kat besmettelijk voor andere katten!. Vooral speeksel bevat dus hoge concentraties virus en dit is ook de voornaamste manier van overdracht van de ene kat op de andere. FeLV wordt voornamelijk door langdurig sociaal contact met andere katten overgedragen. Denk bijvoorbeeld aan uit elkaars bakje eten of elkaar wassen, want via speeksel, bloed, urine en ontlasting kan het virus overgebracht worden. Een drachtige poes kan het virus via de placenta overbrengen op haar kittens (en later via de moedermelk). Dit kan leiden tot abortus of geboorteafwijkingen maar er kunnen ook gezonde

kittens geboren worden die virusdrager blijven. FeLV wordt voornamelijk door langdurig sociaal contact overgedragen, maar ook door een bijtwond met vechten. Bij FIV daarentegen geschied de voornaamste overdracht veel meer door een directe bijtwond met vechten en in veel mindere mate door langdurig sociaal contact. Katten die in een groep samenleven en onderling niet vechten hebben dus ook kans op besmetting als er een kat met FeLV in de groep zit. Niet alle katten die besmet raken met het virus worden ziek. Gezonde, sterke katten met een goed immuunsysteem kunnen het virus bestrijden en overwinnen. Deze katten scheiden geen virus uit en worden er niet ziek van. Katten die het virus niet kunnen bestrijden worden ziek. Katten die het virus niet kunnen bestrijden, bijvoorbeeld door een vermindere weerstand, zullen het virus gaan uitscheiden. Zij zijn zelf nog niet ziek maar al wel besmettelijk voor andere katten. Ze worden daarom ook wel "dragers" genoemd. In de loop van enkele maanden tot jaren (3 jaar) zullen zij ziekteverschijnselen gaan vertonen.

Er bestaat een leeftijdsresistentie.

* Bij jonge kittens zal 70-100% ziek worden.

* Bij kittens van 8-12 weken oud wordt 30-50% ziek.

* Bij volwassen katten wordt 10-20% ziek.

Wat zijn de symptomen van een kat met FeLV ?

Het meest belangrijke zijn secundaire gevolgen van de infectie door een verminderde afweer. De volgende dingen kunnen ontstaan daardoor:

* FIP

* toxoplasmose

* bacteriële ontstekingen

* tandvleesontstekingen

* abcessen

* huidontstekingen

* oogonstekingen (uveitis).

FeLV ziekteverschijnselen:

* Tumoren. De meest voorkomende tumor is maligne lymfoom maar ook leukemie, tumoren in lever, nieren, buikvlies of milt kunnen

   ontstaan.

*  Bloedarmoede doordat het beenmerg niet goed meer functioneert.

*  Vermageren

*  Benauwdheid

*  Koorts

*  Sloomheid

*  Zwelling van lymfeknopen

*  Oogontstekingen zoals uveitis

*  Slecht eten

*  Voortplantingsproblemen bijvoorbeeld abortus, sterfte van pasgeboren kittens, onvruchtbaarheid.

*  Verlammingsverschijnselen


Het is afhankelijk van waar de tumoren zich bevinden en welke organen aangetast zijn, welke klachten de kat krijgt.

Hoe is FeLV te diagnosticeren?

FeLV diagnostiek wordt uitgevoerd in het kader van preventie bij katten waar mee gefokt wordt (het opsporen van katten die wel virus uitscheiden maar zelf nog niet ziek zijn) en als katten ziekteverschijnselen hebben die FeLV doen vermoeden.

Is FeLV te behandelen ?

Helaas is FeLV niet te genezen. De secundaire bacteriële ontstekingen dienen met antibiotica bestreden te worden. Experimenteel wordt gebruik gemaakt van Interferon van Virbac. Dit is een dure behandeling maar het lijkt succes te hebben. Het is echter nog onduidelijk is of dit ook DE therapie zal worden voor katten met FeLV. Katten die daadwerkelijk ziek zijn zullen helaas overlijden.

(50% is overleden binnen 1 jaar, 90% binnen 3 jaar) Hoelang de kat nog kan leven met zijn ziekte is afhankelijk van de symptomen

en zijn weerstand. De kat dient in ieder geval apart gehouden te worden van andere katten in verband met het besmetten van andere katten. Dit betekent dat de kat ook niet naar buiten mag, omdat hij dan andere katten kan besmetten.

Hoe is FeLV te voorkomen ?

De enige manier om FeLV te voorkomen is om de kat binnen te houden en niet in contact te laten komen met andere katten. Als u een FeLV vrije cattery heeft neem dan alleen nieuwe katten in huis die uit een veilige omgeving komen waar regelmatig getest wordt op FeLV. Er is een vaccinatie beschikbaar tegen FeLV maar deze is zeker niet 100% betrouwbaar. Ook een gevaccineerde kat kan de ziekte nog krijgen. Alleen in risicogebieden, of als het bekend is dat er buiten een met FeLV besmette kat rondloopt, adviseren we u om uw kat te laten vaccineren tegen FeLV. Het bestrijden van FeLV berust vooral op het opsporen van dragers die ongemerkt andere katten besmetten. Dit dient vooral in grotere groepen katten regelmatig gedaan te worden, bijvoorbeeld bij cattery's, multicat households of een dierenasiel. Zeker voordat een poes ter dekking aangeboden wordt moet er een bewijs zijn dat allebei de katten de ziekte niet bij zich dragen. Vraag hier ook naar als u kat gaat dekken of laat dekken !


Hieronder een paar foto's van ziektebeelden die bij FELV op kunnen treden:

Lijst

Wat is FIV ?


Virus ziekte bij de kat FIV: Feline Immunodeficientie Virus of kattenaids. Iedere katteneigenaar die gaat fokken komt het vroeg of laat tegen. Voordat de poes bij de kater mag komen moet er een bloedtest uitgevoerd worden. Er wordt getest op FIV (aids) en FeLV (leukemie). FIV is een ziekte die niet alleen van belang voor fokkers met raskatten maar ook voor eigenaren

van "gewone" huiskatten want helaas komt FIV bij alle soorten katten voor. In onderstaande tekst beschrijven we als kattendierenartsen wat FIV inhoudt, de besmetting, de diagnose, de behandeling en hoe het te voorkomen.

Wat is FIV voor een ziekte? FIV wordt veroorzaakt door een virus dat verwant is aan het HIV virus bij de mens dat AIDS veroorzaakt. FIV wordt daarom ook wel kattenaids genoemd. FIV kan alleen de kat besmetten en niet de mens. Het is geen zoonose!!

Hoe kan een kat besmet raken met het FIV-virus? Het virus wordt overgebracht via bloedcontact. Vooral via vecht- en bijtwonden worden katten geïnfecteerd. Omdat katers veel vaker vechten is het percentage geïnfecteerde katers tweemaal zo groot als geïnfecteerde poezen. De ziekte komt het meest voor onder normale huiskatten die naar buiten gaan. Katten die binnenshuis leven in een groep waar de rangorde bepaald is zullen elkaar niet snel besmetten doordat ze niet veel vechten met elkaar. Ook bij dekkingen wordt er vaak gebeten (nekbeet) waardoor een poes geïnfecteerd kan worden door de kater. Een drachtige poes kan het ook via de placenta en later via de moedermelk overbrengen op haar kittens. Bij FIV geschiedt de voornaamste overdracht veel meer door een directe bijtwond met vechten en in veel mindere mate door langdurig sociaal contact. FeLV wordt daarentegen voornamelijk door langdurig sociaal contact overgedragen en in een veel mindere mate door een bijtwond met vechten. Wat zijn de symptomen van FIV?

Het ziekteverloop is vergelijkbaar met HIV. Het virus tast het immuunsysteem (immunosuppressie) van de kat aan waardoor deze gevoelig wordt voor allerlei infecties.


Na infectie met het FIV virus zijn er een aantal stadia:

* 1. Acute stadium. Dit stadium kan zonder ziekteverschijnselen optreden. Soms wordt alleen wat koorts waargenomen.

* 2. Asymptomatische fase. In deze fase vertoont de kat geen ziekteverschijnselen. Deze periode kan een aantal jaren duren,

       soms zelfs langer dan 5 jaar. De kat kan wel andere katten besmetten.

* 3. Fase met vage, algemene symptomen zoals terugkerende koorts, oogontstekingen (uveitis) verminderde eetlust en vermageren.

* 4. AIDS gerelateerd stadium. Dit is het stadium waarin het de eigenaar opvalt dat de kat niet in orde is. Veel voorkomende         

       ziekteverschijnselen zijn:

      tandvleesontstekingen, oogontstekingen, vermageren, lymfeknoopzwelling, benauwdheid, diarree. Deze symptomen worden over

      een periode van enkele maanden steeds erger.

* 5. AIDS. Uiteindelijk zal een deel van de katten een stadium bereiken  vergelijkbaar met AIDS bij de mens. De kat vermagert, krijgt

       chronische ziekteproblemen en allerlei secundaire infecties die hij niet kan overwinnen bijvoorbeeld longonsteking. Neurologische  

       verschijnselen (zenuwafwijkingen)  worden nogal eens waargenomen bij katten met AIDS


Hoe is FIV te diagnostiseren ?

FIV is, evenals FeLV, te diagostiseren met behulp van bloedonderzoek. Met behulp van een bloedtest worden antilichamen tegen het FIV virus aangetoond. De meeste katten maken antilichamen 3-4 weken na infectie. Een eenmalige positieve uitslag betekent dat de kat besmet is.


Is FIV te behandelen ?

Kattenaids is helaas niet te genezen. De therapie bestaat uit het onderdrukken van de secundaire infecties met antibiotica. Specifieke antivirale therapie met Interferon van virbac is mogelijk maar is niet 100% werkzaam. Het is daarbij een dure behandeling en wordt daarom in de praktijk nog niet veel toegepast. Er is momenteel in Nederland nog geen vaccin beschikbaar tegen FIV. Het is erg belangrijk dat katten waarbij FIV is gediagnosticeerd geen andere katten kunnen besmetten. Dit betekent dat ze alleen gehuisvest moeten worden en dat ze ook niet meer naar buiten mogen. Dit ter bescherming van andere katten!


Hoe is FIV te voorkomen ?

Het risico op infecties met FIV is het kleinst bij katten die binnen worden gehouden. Katten die in een groep leven, goed met elkaar overweg kunnen en dus niet veel vechten lopen de minste kans. Katten die in grotere groepen worden gehouden, bijvoorbeeld in catteries of in dierenasiels/pensions dienen regelmatig gecontroleerd te worden. Positieve dieren dienen geïsoleerd te worden van de negatieve katten. Wordt een nieuwe kat geïntroduceerd in een bestaande groep dan is het verstandig deze kat eerst te testen alvorens hij in de groep mag. De kat zal dan eerst 4 weken in quarantaine (apart gehouden van de rest) moeten en daarna kan bloedonderzoek plaatsvinden. En zeker als u uw kat laat dekken is het van zeer groot belang dat u de negatieve test van de andere kat onder ogen krijgt, let hierbij ook op dat de test niet ouder dan 1/2 a 1 jaar is.


Wat is de toekomst voor een kat met aids ?

Door de lange periode (gemiddeld 5 jaar) die zit tussen besmetting met het virus en het ontwikkelen van ziekteverschijnselen hebben katten met FIV een betere prognose dan katten met FeLV. Zij kunnen meestal nog een aantal jaren een goed leven hebben alvorens zij te ziek worden. Helaas zal ook een kat met aids uiteindelijk overlijden aan de complicaties van de ziekte.


Enkele foto's van een kat met FIV.

Lijst

Wat is SMA ?


SMA (Spinal Muscular Atrophy) is een erfelijke afwijking, waarbij de zenuwcellen die de skeletspieren aansturen, afsterven. Hierdoor ontstaat spierzwakte die voor het eerst zichtbaar wordt op een leeftijd van 3-4 maanden. De kittens gaan moeilijker lopen en krijgen moeite met springen. Ze hebben echter geen pijn. Er zijn op dit moment katten van 9 jaar nog in leven met deze aandoening. SMA vererft autosomaal recessief. Autosomaal wil zeggen niet geslachtsgebonden, dus het kan zowel bij katers als poezen optreden. Recessief is het tegenover-gestelde van dominant. Een kitten hoeft het gen voor een dominante eigenschap maar van één ouder mee te krijgen om de eigenschap al te hebben. Bij een eigenschap die de gezondheid betreft (zoals een erfelijke ziekte), betekent dit

dat het kitten aan deze ziekte lijdt. Bij een recessieve eigenschap kun je het defecte gen bij je dragen zonder dat je ziek wordt: je wordt dan een “drager” genoemd. Dit is aan de buitenkant niet zichtbaar. Pas als je twee dragers met elkaar kruist en allebei de ouders het gen voor de recessieve eigenschap aan een kitten doorgeven, wordt het kitten ziek en wordt deze eigenschap dus zichtbaar. Een recessieve aandoening kan zich dus gemakkelijk in een populatie verspreiden zonder dat je het merkt. Er bestaat een DNA-test voor SMA die wordt uitgevoerd via een swab (uitstrijkje) van het mondslijmvlies.


Helaas of misschien maar gelukkig heb ik geen afbeeldingen van katten met SMA kunnen vinden.


Lijst